De mutsentijd is weer begonnen.
Maar hoe maak je een goed passende muts?
In december zette ik deze babymuts op mij blog.
Het patroon vind je hier.
Regelmatig krijg ik de vraag voor een patroon van deze muts voor een grotere baby of kind.
Ook vragen mensen mij om een patroon voor een muts met dunner garen.
Tijd voor wat uitleg.
Maten van hoofden en mutsen
Bij het haken van een muts begin je aan de bovenkant.
Je haakt een kleine cirkel.
In volgende toeren meerder je het aantal steken, tot de gewenste diameter is bereikt.
Daarna haak je een aantal toeren zonder meerderen.
Deze toeren bepalen de hoogte van de muts.
Maar hoe weet je hoe groot de doorsnee van de cirkel en de hoogte van de muts moeten worden?
Daarvoor is het allereerst handig om iets meer te weten over de omtrek van een hoofd op verschillende leeftijden.
In de tabel combineer ik dit met de omtrek en de hoogte van de hoed en met de doorsnee van de cirkel, die het bovenste deel van de muts vormt.
Leeftijd
|
Hoofdomvang
|
Omtrek muts
|
Hoogte muts
|
Diameter
Platte Cirkel
|
0-6 maanden
|
33 – 38/39 cm
|
30.5 – 35.5 cm
|
11.5 -13 cm
|
10.2 - 10.5 cm
|
6-12 maanden
|
40 – 48.5 cm
|
35.5 - 48 cm
|
14 cm
|
11.5 cm
|
1-3 Jaren
|
45.5 – 53.5 cm
|
43 – 51 cm
|
16.5 cm
|
14 cm
|
4 + jaar
|
50.5 – 60 cm
|
48 - 53.5 cm
|
19 cm
|
15 - 15.5 cm
|
Vrouwen
|
56 cm
|
51 cm
|
21.5 cm
|
16.5 cm
|
Mannen
|
58.5 cm
|
53.5 cm
|
24 - 25 cm
|
17 - 17.5 cm
|
De omtrek van de muts is meestal 1 of enkele centimeters kleiner dan de omtrek van het hoofd.
Door de stretch van het garen en van het haakwerk kan de muts iets worden uitgerekt.
Langere steken, zoals een stokje zijn flexibeler dan een kortere steek, zoals een half stokje of een vaste.
Houd je bij het haken de maten van de cirkel en hoogte goed in de gaten, dan maakt de gebruikte steek niet zoveel uit.
Zo blijft de muts goed op het hoofd zitten tijdens het bewegen.
Hoeveel steken en toeren?
De volgende vraag is:
Hoe weet je hoeveel steken en toeren je moet haken om deze mutsmaten te krijgen?
Stap 1
Er bestaan garens van verschillende diktes.
Het is belangrijk om een proeflapje te haken.
Op de wikkel van de meeste garens staat een advies voor de haaknaalddikte.
Ook staat er vaak vermeld hoeveel steken en toeren een blokje van 10 cm vormt.
Haak altijd een eigen proeflapje van 10 bij 10 cm.
En tel hoeveel steken en toeren jij hebt in jouw proeflapje.
Voorbeeld: dit proeflapje is gehaakt met Saskia van de Wibra en haaknaald 4 mm.
De steek die voor de muts wordt gebruikt is een half stokje.
Dus het proeflapje is ook gehaakt met halve stokjes.
In 10 centimeter zitten 16 steken en .....
12 toeren.
Dit proeflapje is met een andere steek gehaakt.
(daarover zaterdag meer)
In dit lapje bestaat 10 centimeter uit 16 steken en 14 toeren.
Voor ons voorbeeld houd ik hierena een proeflapje met myboshi en haaknaald 6 mm aan:
9 of 10 halve stokjes en 8 toeren =10 x 10 cm
Stap 2
Bereken met de bovenstaande tabel hoeveel steken je nodig hebt om voor de gewenste omtrek van de muts.
Voorbeeld:
in 10 cm zitten 9 halve stokjes.
Ik wil een muts maken voor een kindje van 3 jaar.
De omtrek van de muts moet ongeveer 51 cm zijn (zie de tabel hierboven),
51 cm is net iets meer dan 5 blokjes van 10 cm.
5 x 9 steken is 45 steken nodig voor een mutsomtrek van 50 cm.
De rekensom is dus
(gewenste mutsomtrek : 10) x 9 steken= het benodigde aantal steken.
In ons voorbeeld:
(51 : 10 = 5,1) x 9 steken = 45,9 steken
Stap 3
Bereken hoeveel toeren je nodig hebt voor de diameter van de cirkel (aan de bovenkant van de muts).
Voor een driejarige moet de cirkel een diameter hebben van 14 cm.
10 cm = 8 toeren
Deel de gewenste diameter door 10 en vermenigvuldig dan met het aantal toeren uit het proeflapje.
In mijn voorbeeld dus:
14 : 10 = 1,4 x 8 toeren = 11,2 toeren
Omdat in een cirkel een toer aan twee zijden te zien is, deel je dit aantal nog door 2.
11,2 : 2 = 5,6 toeren voor de gewenste diameter van 14 cm
De formule is:
((gewenste diameter in cm : 10) x aantal toeren uit proeflapje) : 2 = aantal benodigde toeren voor de cirkel.
Stap 4
Hoeveel steken moet je meerderen in de cirkel?
Je hebt nu
- het aantal steken nodig voor de gewenste mutsomtrek (45,9)
- het aantal toeren nodig voor de gewenste diameter voor de cirkel (5,6)
Je kunt geen halve toeren haken.
Rond dit getal daarom af naar het dichtsbijzijnde hele getal.
In het voorbeeld hebben we dan 6 toeren voor de cirkel nodig.
In 6 toeren moet je zoveel steken meerderen dat je aan het einde van de cirkel 45,9 steken hebt.
Dat is 45,9 : 6 = 7,65 steken meerderen per toer.
Nu moet je een eigen afweging maken:
Haak je 6 ronden met 8 steken meer per toer, dan heb je 48 steken aan het einde van de 6e toer.
Dat staat gelijk aan een mutsomtrek van 53,3 cm in plaats van de gewenste 51 cm.
Andere optie:
Meerder gedurende 6 toeren 7 steken. Dan kom je op 42 steken = een mutsomvang van 46,7 cm.
Meerder je daarna in toer 7 nog 4 steken dan heb je ongeveer de gewenste mutsomvang.
Derde optie:
Meerder in 5 toeren 8 steken. Dan kom je op een wijdte van 40 steken.
Meerder in toer 6 nog 6 steken.
Stap 5
Afhankelijk van de gewenste hoogte van de muts, bepaal je het aantal toeren dat je nu zonder verder meerderen haakt.
Voor een aangesloten muts heb ik voor een driejarige 16,5 cm hoogte nodig.
De rekenformule is:
(gewenste mutshoogte in cm : 10) x aantal toeren uit proeflapje.
In ons voorbeeld (16,5 : 10 = 1,65) x 8 toeren = 13,2 toeren.
Daarvan heb je er in de cirkel al 6 gehaakt.
Trek deze van 13,2 af = 7,2
Na de cirkel moet je dus voor de gewenste hoogte nog 7 toeren van halve stokjes haken.
Je kunt eindigen met 1 toer vasten om de rand netjes te verstevigen.
Een heel verhaal.
Lees het af en toe eens rustig door.
In de komende dagen plaats ik er foto's bij ter verduidelijking.
(Bron: Kat Goldin)
Voor je geruststelling.
Morgen geen lang verhaal.
Succes met het ontwerpen van jouw eigen mutsen,