Posts tonen met het label haakschema. Alle posts tonen
Posts tonen met het label haakschema. Alle posts tonen

25 oktober 2022

Goed passend peutertruitje

Ken je dat: je ziet op social media een leuk truitje.
Een truitje voor een peuter dat precies is wat je zoekt.
Je koopt het patroon en gaat aan de slag.
Maar hoe je het ook probeert, je komt niet uit met het aantal steken en toeren.
Hoe pak je het dan aan om een passende trui te krijgen?






















Zoek dan een brei- of haakschema met de maten.
Haak een proeflapje waarmee je bepaalt hoeveel steken en toeren er in 10 bij 10 cm gaan.
Reken nu met het matenschema uit met hoeveel steken je begint.
Kijk in het gekochte haakpatroon welke soorten steken ze gebruiken.






















In mijn patroon worden de volgende steken gebruikt:
Lossen
Vasten
Halve vaste
Stokjes
Reliëfstokje voorlangs
Reliëfstokje achterlangs

Met de reliëfstokjes worden de boorden gehaakt.
Weet je niet hoe je reliëfstokjes haakt, bekijk dan eens deze video van By mom Kim.






















Het reliëf in de trui maak je door afwisselend een stokje en een vaste te haken.
Deze toer komt aan de achterkant van het haakwerk.
Aan de voorkant gevolgd door een toer vasten.
Let daarbij goed op dat je bij de stokjes echt in de v van de steek haakt.
Dan ontstaat een schuinliggend streepje aan de voorkant van het haakwerk.
Vergeet ook geen stokje te haken bovenop de vasten.

De delen van de trui met de bobbeltjes worden heen en terug gehaakt.
De toer met stokjes haak je aan de voorkant (heen), 
de toer stokjes en vasten aan de achterkant (terug)

Controleer regelmatig het aantal steken en de maten.

Materiaal:

Stylecraft Special DK appeltjesgroen en gemêleerd.
Haaknaald 4,0 mm
Stopnaald

Schema met maten 

Helaas zat bij het gekochte haakpatroon geen schema met maten.
Daarom heb ik bij Drops Design een kindertruitje met ronde pas gezocht.
Het was een breipatroon, maar voor de maten van de trui maakt dat niet uit.
Bij de patronen van Drops Design staat altijd een matenschema.
In het schema staan de maten voor de leeftijden 2 tot en met 12 jaar.
Dit schema is mijn uitgangspunt geweest voor de peutertrui.






















Door steeds te meten is het gelukt om een goed passend truitje te haken.
Voor dit moment is het truitje te warm, want het lijkt wel lente.
Gaat de temperatuur naar beneden, dan ligt het truitje alvast klaar.






















Met een proeflapje, een goed matenschema en leuke steken kom je een heel eind.
Zo fijn als een kledingstuk ook echt past.

Ik haak nog even verder met het appeltjesgroene garen.
Met het restant maak ik een bij de trui passende sjaal.

Fijne dag,

Margaret 

13 oktober 2022

Lief kleutersjaaltje

Voor een peuter- of kleutersjaaltje heb je weinig garen nodig.
Het sjaaltje uit het bericht van dinsdag is gehaakt van 67 gram Stylecraft Special DK.
Van hetzelfde garen heb ik ook een meisjessjaal gehaakt.
Het is een opengewerkte sjaal en ik had aan 64 gram garen genoeg.






















De bollen Stylecraft Special DK wegen 100 gram.
Je kunt dus 3 kindersjaaltjes haken van twee bollen garen.
Voor de prijs van twee bollen kun je geen drie sjaaltjes kopen.

Even wat informatie over deze kleutersjaal voor een 4-jarige.
Dan kun jij hem ook haken.

Materialen:
Stylecraft Special DK 64 gram
Haaknaald 4,0 mm
Stopnaald






















Ik kreeg een poos geleden een patroon van Katia voor de Azteca Fine Lux sjaal.
Die deed me denken aan de lievelingssjaal van Haak by Daphne.
De sjaal van Daphne was net een beetje anders.
Ik heb beide patronen uitgeprobeerd voor de kleutersjaal.
Met het patroon van Daphne kwam ik het beste uit.

In haar blogbericht heeft Daphne dit haakschema staan.

















Ik heb twee kleine wijzigingen aangebracht:
Toer 1 en 5 begin ik met 4 lossen.
Dat kwam bij mij beter uit en maakt het haken volgens schema makkelijker.

Een kleutersjaal voor een 4 jarige is 13 cm breed en 105 cm lang.
Met het patroon uit het haakschema werd mijn sjaal net wat te smal.
Daarom haakte ik eerst de sjaal volgens het schema tot bijna de gewenste lengte.
Vervolgens heb ik een rand om de sjaal gehaakt.
Aan de lange kanten vasten en aan de korte kanten stokjes.
Zo kreeg de sjaal de gewenste breedte en lengte.

Met dank aan Daphne van Haak by Daphne heeft mijn kleindochter een nieuwe sjaal.
Een heerlijk patroon om te haken dat ik zeker vaker ga gebruiken.
Want de lievelingssjaal van Daphne is echt een topper voor volwassenen en kinderen.

Op naar een volgende sjaal.

Fijne dag,

Margaret

25 september 2017

Hoe haak je deze Kawaii Poezenbroche?

Over de hele wereld wordt er gehaakt.
Er worden ook over de hele wereld haakpatronen ontworpen.
Op internet kom je schattige (kawaii) dingen tegen met een gratis patroon.
Maar wat doe je met een Chinees haakpatroon?
Zo zag ik deze kawaii poezenbroches op het blog Amigurumi and you.

























Zijn ze niet schattig?
Nu weet ik niet of jij Chinees kan lezen, maar ik in ieder geval niet.

Misschien kunnen we samen toch het patroon ontcijferen.
Met de haakschema's komen we vast een heel eind.
We beginnen met de oren.

























Een poes heeft twee oren, dus haken we twee keer dit patroon.
Het oor wordt rondgehaakt.
Dit haakschema lees je van binnen naar buiten.

De betekenis van de tekens
. :  halve vaste
0 :  losse
X :  vaste
V met X erin:  2 vasten in 1 steek

Toer 0: We beginnen met een magische ring.
Toer 1: Haak 1 losse (telt niet als steek) en haak 5 vasten in de ring.
           Sluit de toer met 1 halve vaste en trek de ring dicht (5)
Toer 2: Begint bij nummertje 2 in de volgende ring in het schema.
           Haak 1 losse (telt niet als steek), 
           haak 1 vaste en in de volgende steek 2 vasten, 1 vaste, 2 vasten, 1 vaste.
           Sluit de toer met 1 halve vaste.( 7)
Toer 3: Dit is de ring met nummertje 3.
           Haak 1 losse, 2 vasten in de eerste vaste, 2 x 1 vaste, 
           2 vasten in de volgende vaste, 2 x 1 vaste, 2 vasten in de volgende steek.
           Sluit de toer met 1 halve vaste.(10)
Toer 4: Is de ring met nummertje 4.
           Haak 1 losse, 3 x 1 vaste, 2 vasten in de volgende steek, 2 x 1 vaste,
           2 vasten in de volgende steek, 3 x 1 vaste.(12)

Naast dit haakschema vind je deze tabel:

























Deze vertelt nog eens wat je in het haakschema doet.
Lees de tabel van beneden naar boven.
Kolom 1: toer
Kolom 2: aantal vasten na beeindiging toer
Kolom 3: aantal meerderingen in de toer
In het uitgeschreven patroon staat tussen haakjes het aantal vasten in die toer.
Dit komt overeen met de getallen in de tweede kolom in de tabel.

Klap de oortjes dubbel en zet ze zo vast op het hoofd van de poes.
Natuurlijk moeten we het hoofd eerst haken.

























Het schema van het hoofd lees je weer van binnen naar buiten.
Iedere ring is een toer.
In dit schema worden dezelfde tekens voor de steken gebruikt als bij de oren.

Staat het X in een V, dan moet je twee vasten in 1 steek haken.
In de toeren 9-11 zie je een X onder een dakje.
Dan moet je twee vasten samenhaken.

In iedere ring zie je een getal staan voor de toer.
Daar begint die toer.

Het hoofd is een bolletje.
Het wordt rondgehaakt.
De toeren worden in tegenstelling tot de oortjes niet gesloten op de laatste toer na.
Je haakt dus gewoon rond door.
Hang steeds een steekmarker in de eerste steek.
Dan weet je wanneer je aan de volgende toer begint.
In de tabel kun je per toer lezen hoeveel steken je aan het eind van de toer hebt.
Dit staat in kolom 2, naast het toernummer in kolom 1.
Lees de tabel van beneden naar boven

























We gaan weer aan de slag.

Toer   0: start met een magische cirkel. 
Toer   1: Haak 1 losse (telt niet als steek) en 6 vasten (6)
Toer   2: Haak 2 vasten in iedere steek.
Toer   3: *1 vaste, in de volgende steek 2 vasten*, herhaal ** nog 5 x (18)
Toer   4: *2 x 1 vaste, in de volgende steek 2 vasten*, herhaal ** nog 5 x (24)
Toer   5: * 3 x 1 vaste, in de volgende steek 2 vasten*, herhaal ** nog 5 x (30)
Toer   6-8: 1 vaste in iedere steek (30)
Toer   9: *3 x 1 vaste, 2 vasten samenhaken*, herhaal ** nog 5 x (24)

Breng veiligheidsoogjes aan tussen toer 7 en 8 met 5 of 6 steken ertussen.

Toer 10: *2 x 1 vaste, 2 vasten samenhaken*, herhaal ** nog 5 x (18)

Vul het hoofdje op met fiberfill of kussenvulling.

Toer 11: *1 vaste, 2 vasten samenhaken*, herhaal ** nog 5 x (12)
Vul het hoofdje verder op.

In het patroon haal je hirna een draad door de twaalf steken en sluit ht hoofd.
Zelf voeg ik toer 12 toe: 6 x 2 samenhaken en sluit dan met de draad het gaatje.

Naai de oortjes op het hoofd zoals je op de foto ziet.
Borduur een neusje over toer 8 midden tussen de oogjes.
Borduur een mondje (zie foto)
Naai een brochespeld aan de achterkant.
Of hang het poezenhoofd aan een ketting of sleutelhanger.

Je ziet dat je ook Chinese haakpatronen kunt haken.
Door goed naar de haakschema's en tabellen te kijken.


Veel haakplezier,


Margaret

22 april 2016

Zomertop haken met Haakschema

Gisteren had ik het over het patroon voor de witte zomertop.
Na het vernieuwen van de Scheepjeswebsite vind je het patroon HIER.
Moeite met het vinden van het patroon? 
Vraag me dan per e-mail om een pdf van het patroon.

In dit haakpatroon wordt gewerkt met een haakschema.
Voor veel mensen een struikelblok.
Vandaag leg ik je uit hoe je dit schema moet gebruiken.


























Het is handig om met de uitleg mee te haken.
Dan heb je gelijk een proeflapje gehaakt.
Neem hiervoor een bolletje katoen en haaknaald 3.0 mm
In het patroon wordt Scheepjes Cotton 8 gebruikt.
Zelf haak ik liever met Phildar Coton 3.
Zit je klaar, dan gaan we beginnen.


























Een tekst lees je van boven naar beneden.
Bij een haakschema begin je links onderaan.
De regels van een tekst lees je allemaal van links naar rechts.
Een haakschema bestaan ook uit regels.
Deze lees je om en om van links naar rechts en van rechts naar links.

























Naast iedere regel staat het nummer van de toer.
De toer begint aan de kant waar het nummer staat.
De even toeren lees je dus van links naar rechts.
En de oneven toeren van rechts naar links.



























Rechts naast het schema  en onder het schema staan twee bogen.
Dit deel van het schema wordt steeds herhaald.
Na toer 9 herhaal je dus steeds toer 2 tot en met 9.
Het onderste stukje van het schema gebruik je alleen voor de start.

De onderste boog geeft aan welke steken je steeds herhaalt in de trui.
Het stukje links en rechts van deze boog zijn de zijkanten van het pand.


Gebruikte steken

   = losse

   = stokje

Ieder teken in het schema staat voor één steek.

Een minpuntje aan dit schema:
In de meeste haakschema's wordt een open rondje gebruikt voor een losse.
Het dichte rondje betekent dan een halve vaste.
Over de andere haaktekens een andere keer meer.


De start


























Op de onderste regel staan 25 stippen. 
Je begint dus met een ketting van 25 lossen.























Toer 1 van rechts naar links lezen

























3 l, in de 5e l vanaf de haaknaald 1 st, 1 st in de volgende l, 3 l, sla 3 l over, 1 st, 
3 l, sla 3 l over, 5 st in de volgende l, 3 l, sla 3 l over, 1 st, 3 l, sla 3 l over, 3 st.
Keer je werk om.
























Toer 2: lees van links naar rechts.
Let op: je haakt gewoon van rechts naar links (voor rechtshandigen) 

























3 l (telt als 1 stokje), 2 l, sla 5 steken over, op st van toer 1 (5 st, 1 l, 5 st), 5 l, 
sla over (3 l, 5 st, 3 l), op stokje (5 st, 1 l, 5 st), 2 l, sla over (3 l, 2 st), 
1 st in 4e l van het begin van toer 1.
Keer je werk om.
























Toer 3: lees van rechts naar links

























3 l (telt als st), 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in de l-opening in het midden van de waaier,
3 l, sla over (5 st, 2 l), 1 st in 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in l-opening,
3 l, sla over (5 st, 2 l), 1 st in 3e l van het begin van toer 2.
Keer je werk om.

























Toer 4: lees van links naar rechts

























3 l (telt als 1 st), 5 st in dezelfde steek als de lossen, 5 l, sla over (3 l, 5 st, 3 l), 
in het st (5 st, 1 l, 5 st), 5 l, sla over (3 l, 5 st, 3 l), 
5 st in de 3e l van het begin van toer 3.
Keer je werk om.

























Toer 5: Lees van rechts naar links

























3 l (telt als 1 st), 2 st in dezelfde steek als de lossen, 3 l, sla over (4 st, 2 l),
1 st in 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in l-opening in waaier, 3 l,
sla over (5 st, 2 l), 1 st in 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 
3 st in 3e l van het begin van toer 4.
Keer je werk om.

























Toer 6: Lees van links naar rechts.

























3 l (telt als 1 st), 2 l, sla over (2 st, 3 l), in het st (5 st, 1 l, 5 st), 5 l, 
sla over (3 l, 5 st, 3 l), in het st (5 st, 1 l, 5 st), 2 l, sla over (3 l, 2 st), 
1 st in 3e l van het begin van toer 5.
Keer je werk om.

























Toer 7: lees van rechts naar links.

























3 l (telt als 1 st), 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in l-opening, 3 l, sla over (5 st, 2 l),
1 st in 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in l-opening, 3 l, 
sla over (5 st, 2 l), 1 st in 3e l van het begin van toer 6.
Keer je werk om.

























Toer 8: lees van links naar rechts.

























3 l (telt als 1 st), 5 st in dezelfde steek als de lossen, 5 l, sla over (3 l, 5 st, 3 l),
in st (5 st, 1 l, 5 st), 5 l, sla over (3 l, 5 st, 3 l), 5 st in 3e losse van begin van toer 7.
Keer je werk om.

























Toer 9: lees van rechts naar links.

























3 l (telt als 1 st), 2 st in dezelfde steek als de lossen, 3 l, sla over (4 st, 2 l), 
1 st in de 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 5 st in l-opening, 3 l, 
sla over (5 st, 2 l), 1 st in 3e l van de ketting, 3 l, sla over (2 l, 5 st), 
3 st in 3e l van het begin van toer 8.
Keer je werk om.

























Je hebt nu het hele haakschema gehaakt.

Nog enkele tips


1. De stekenverhouding in het patroon is voor 10 bij 10 cm:
29 steken (gemeten in een oneven toer midden in het patroon) 
en ongeveer 7,5 toeren.

Het gehaakte lapje is net iets kleiner dan 29 steken, 
dus net iets kleiner dan 10 cm breed.


























Is jouw lapje groter? Gebruik dan een smallere haaknaald (2,5 mm)
Is jouw lapje veel kleiner? Gebruik dan een dikkere haaknaald (3.5 mm)

Controleer na de eerste 7 of 9 toeren van het rugpand of de stekenverhouding klopt.
Laat je werk een nachtje plat liggen na het haken.
Meet daarna pas de steekverhouding.
Het haakwerk wil weleens wat uitzakken of in elkaar kruipen tijdens het rusten.

2. In het patroon start je met 133 - 145 of 157 l.
Let op: daar zitten de l van het begin van toer 1 nog niet bij.
Haak voor toer 1 dus eerst 3 l.
Daarna komt het 1e st in de 5e l vanaf de haaknaald.

Ik hoop dat het je met deze tutorial goed lukt om de mooie zomertrui te haken.
De bron voor het haakschema is een gratis haakboek van Scheepjes.
Het losse patroon vind je HIER.

Helaas staat het gratis boek niet op de vernieuwde website van Scheepjes.
Wil je het toch nog krijgen?
Stuur mij dan een e-mail met je vraag.

Veel haakplezier en fijn weekend,

Margaret

Printfriendly

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...